Zondag 25 april het is weer zover.
Na heel veel wikken en wegen heb ik dan toch besloten om de halve marathon van Enschede te doen. Het is 10 uur en we vertrekken vanuit Anneke’s huis naar Enschede. Sommige van ons groepje met vreemde sportkousen aan, maar dat mag de pret niet drukken, we gaan ervoor. Auto prima geparkeerd, een beetje scheef dat wel maar zoals Jan zei “heel goed gedaan voor een vrouw”. Op naar het centrum. We zien dat de Kenianen al zijn gestart voor de hele marathon.Wat gaat dat makkelijk, heerlijk om te zien, ging dat bij ons ook maar zo. Helaas dat gaat nooit lukken.
Na wat te hebben rondgelopen hebben we de tassen weggebracht en zijn naar het startvak gelopen, daar kwamen we de rest van de groep tegen. We merken dat de temperatuur al aardig oploopt, maar vol goede moed gaan we van start. Al gauw ben ik alle leden van de groep kwijt. Ben ik nu de enige die het zo warm heeft, vraag ik me af. Ik ga door met lopen maar al gauw wordt het mij toch te zwaar en bij de Roombeek moet ik mijn eerste wandeling al maken. Volgens mij zijn we dan amper 5 km op weg. Zoals beloofd zou ik dit keer niet gaan zeuren en klagen tegen iedereen die ik maar tegen kom. Dat is een goed voornemen en begin maar weer te lopen zonder een scheef woord tegen iemand te zeggen. Ik weet nu al dat het geen supertijd gaat worden en besluit om er maar eens flink van te gaan genieten. Dat doe ik dan ook maar, want voor de eerste 10 km heb ik al 2 keer gewandeld en zelfs lopen rekken en strekken, vreselijk toch?
Nu begin ik te twijfelen, moet ik doorgaan of stoppen. Ik ga door want bij de molen van Lonneker staan mijn ouders en die wil ik niet teleurstellen. Eenmaal bij de molen aangekomen zie ik mijn ouders niet staan. Wel heel veel mensen die een terrasje voor zich zelf hadden gemaakt met heerlijke drankjes en hapjes op hun tafeltje. Ik zou wel willen aanschuiven. Op dit moment besluit ik om koste wat het kost de halve marathon uit te lopen want straks staan opa, oma, man en kinderen voor niets bij de finish.
Onderweg zie ik steeds meer mensen wandelen en zie ook mensen die onwel zijn geworden en met loeiende sirenes worden afgevoerd. Ik word door de organisatie alle kanten opgestuurd, soms weet ik niet eens meer waar ik moet lopen dan op de busbaan dan weer links of rechts. Dit maakt alles wel minder leuk en doe het nog rustiger aan. Ik ga steeds meer water drinken. Ik wil tenslotte niet in de ambulance eindigen. Voor de zoveelste keer ga ik maar weer wandelen. Totdat een toeschouwer tegen me zegt “kom op doorlopen”. Ja, ik kan het niet laten, weg belofte en antwoord terug “doorlopen!! ik heb helemaal geen zin meer”. Ondertussen zijn de lopers met ballonnen mij ook al voorbij gelopen. Zelfs die ballon met 2.10 is uit het zicht verdwenen. De finish is in zicht en pers er voor de vorm nog een sprintje uit. Hoe is het mogelijk dat ik nog kan sprinten?. Ik zie opa, oma, man en kinderen en andere familieleden bij de finish staan. Wat heerlijk. Ik heb het gehaald en wel in 2.15 uur maar ben dit keer reuze trots op mijzelf want het was zwaar, heel zwaar.
Er wordt mij meteen gevraagd of ik volgend jaar weer mee doe, nu is het echt NEE. Ik hoop dat ik bij mijn standpunt blijf, niets veranderlijker dan mezelf. Mijn volgende uitdaging staat nu al op mijn verlanglijstje, wie gaat er mee naar Borne en Rotterdam????
Groeten Elles.